DE NEDERLANDSE ZEESTRIJKRACHTEN

 

 

SYMBOLEN VAN DE NEDERLANDSE ZEESTRIJDKRACHTEN

Het Scheepje

DE REPUBLIEK 1581-1795

De Gekruiste Ankers

Het Wapen van de Zeestrijdkrachten

Het College Supertintendent

De Admiraliteiten

Amsterdam

Friesland

Noorderkwartier

Rotterdam

Zeeland

DE BATAAFSCHE REPUBLIEK

De Marine

HET KONINKRIJK

De Koninklijke Marine

Het Staande  Anker

Het Ministerie van Marine

 

Symbolen van de

Zeestrijdkrachten in de Nederlanden

Hubert de Vries

 

Het Scheepje

Zoals aan verschillende zegels uit de dertiende en veertiende eeuw is te zien, werd de zeemacht in die tijd gewoonlijk gesymboliseerd door de combinatie van een scheepje en het wapen van de admiraal of de bevelhebber ter zee dat aan de mast was aangebracht.

            De combinatie van scheepje en wapenschild is wel kenmerkend voor de Middeleeuwen te noemen maar heeft niet zo’n grote verbreiding gehad. In tegenstelling daarmee is het wapensymbool dat op het grootzeil werd aangebracht en dat dus een veel groter formaat suggereert dan het wapenschild. Hiervan zijn antieke precedenten te vinden zoals  het schip dat staat afgebeeld op een reliëf uit ca. 200, afkomstig van de haven van Trajanus in Ostia. De Capitolijnse Wolvin, het symbool van Rome dat twee keer op het grootzeil staat afgebeeld, kan hier wel beduiden dat het om een schip van de havenautoriteiten van Rome gaat.

 

Schip in de Trajanushaven van Ostia ca. 200 n.C.

Op het zeil tweemaal de Capitolijnse Wolvin met Romulus en Remus. De Victoria op de top van de mast kenmerkt het schip als oorlogsschip. De adelaar links daarvan is het distinctief van de bevelhebber (prefect van een legioen of consul).

 

Een verzameling van zegels waarop schepen staan is van de hand van Herbert Ewe en gepubliceerd in Schiffe auf Siegeln (Rostock, 1972). Hierin staan ook zegels van verschillende admiraals uit Frankrijk en Engeland. Gewoonlijk wordt hierop het wapen van de admiraal op het grootzeil afgebeeld, hetzij geplaatst op een schild, hetzij het gehele zeil vullend.  Ook op de zegels van de Bourgondische hertogen uit de 15e eeuw en op de zegels van de Habsburgse Admiraals-Generaal uit de zestiende eeuw stond nog een schip dat op het grootzeil het wapen van de landsvorst droeg.

            We kunnen de afbeelding van het wapen op het grootzeil wel een sigillografische constructie noemen want in contemporaine afbeeldingen van zeilschepen die voor de oorlog waren uitgerust is zelden het wapen van de admiraal op het grootzeil te zien. Ook Filips van Kleef, die een handleiding schreef voor de pavoisering van het vlaggeschip, meldt slechts dat het aanbrengen van spreuken en kleuren op de zeilen naar keuze is („Aussy vous povez faire poindre voz voiles de telles devises et couleurs que vous vouldrez, ou de quelque devotion, si vous le voulez faire”) terwijl hij toch uitgebreid aandacht besteedt aan de bevlagging waarop o.m. het wapen van de landsvorst van de admiraal moet staan.[1]]

            In de zeventiende eeuw kwam het gebruik op om het wapen op de spiegel van het schip aan te brengen en hiervan zijn een groot aantal voorbeelden te vinden. Het schip dat het wapen voert kan dan echter niet meer zinvol als „symbool van de zeestijdkrachten” worden gezien.

 

 

 

 

Eerste zegel van Amsterdam gebruikt tussen 1338 en 1402.

(GA Amsterdam arch. Gasthuizen (342), reg.nr 51. dd. 27.XII. 1393).

 

Scheepje (hulk) met het wapen van de graaf van Holland in de mast. De figuur betekent: „admiraal van Holland” en verwijst naar het tolprivilege dat door graaf Floris V aan de „lieden die wonen bij de dam in de Amstel” werd verleend. Het heffen van tol op het scheepvaartverkeer was een grafelijk recht dat toen dus (gedeeltelijk) door Floris V aan deze „lieden” werd uitbesteed. Het innen van invoerrechten en accijnzen was later steeds een taak van de admiraliteiten.

 

 

 

Grootzegel van Maximiliaan van Bourgondië, Admiraal Generaal van de Nederlanden (1540-1558).

Schip (galjoen) met het wapen van Maximiliaan op het grootzeil. W.: ¼: 1&4: ¼: 1&4: blauw, bezaaid met gouden lelies, een rood-wit geblokte zoom; 2: 1|2 van Bourgondië en Brabant; 3. 1|2 van Bourgondië en Limburg. Hs.: Vlaanderen.  2&3: Blauw, drie gouden lelies en over alles heen een rode schuinbalk, de top goud, een blauwe dolfijn.. In het midden een Hs van Borselen: zwart, een zilveren balk. Helmteken: (Een uil op) een helm met blauwe en gouden helmkleden. Schildhouders: Twee leeuwen. Op de geus een meermin.  L.: SIGILLV MAXIMILIANI A BURGONDIA D[OMINI BE]VERIS AC VERIS M[A]RIS PREFECTI. (Staatsarchiv Hamburg. [2]]

Bij een lengte van een galjoen van ca. 40 m. is het wapenschild op het zeil hier ongeveer acht meter breed getekend!

 

De Gekruiste Ankers

Aan het begin van de zestiende eeuw verschijnt er een nieuw symbool dat het schip zal gaan vervangen. Het bestaat uit twee gekruiste ankers en betekent een grote vereenvoudiging ten opzichte van het schip dat door de voorschrijdende techniek steeds moeilijker eenvoudig was voor te stellen. De gekruiste ankers worden voor het eerst vermeld in een kwitantie voor vlaggen voor de Habsburgse admiraliteit van 20 juni 1544 waarop een symbool stond ‘wesende twee anckers makende een bourgoens cruus’. De gekruiste ankers worden in hetzelfde jaar nogmaals vermeld als de Veerse baljuw Dominicus van den Nieuwenhove ‘ter Sluys up den scepen van oirlogen … eenen grooten standaert metter wapen van …den admirael ende noch eenen standaert metten anckere.’ zendt. [3]] Van deze laatste standaard heb ik geen voorbeeld gevonden, noch als vlag zelf, noch in de vorm van een afbeelding op een gravure of schilderij. Evenmin zijn de kleuren bekend. [4]]

De gekruiste ankers hadden dus aanvankelijk betrekking op de Habsburgse zeestrijdkrachten van de Lage Landen. Tijdens en na de Opstand werden ze later in het Noorden overgenomen.  Vanaf het vestigen van de verschillende admiraliteiten in de Verenigde Provincies werden ze gebruikt op de zegels van de gecommiteerde raden en vanaf het begin van de zeventiende eeuw staan ze op de zegels van de republikeinse zeemacht.

 

 

1

2

3

4 

5

Gekruiste ankers als symbool van de zeemacht van de Republiek.

1. De smeedijzeren ankers in ’s Lands Zeemagazijn in Amsterdam 1656 ca.. 2. De ankers op de schoorstenen van het Prinsenhof in Amsterdam volgens Olfert Dapper, 1663. 3. Gekruiste ankers gevonden op het in 1665 gebouwde vlaggeschip de Zeven Provinciën. (naar C.G. Dik.). 4. Gekruiste ankers op een gravure van de Werf van de Admiraliteit van Zeeland in Vlissingen, 1779. 5. De gekruiste ankers op de schoorstenen van het Prinsenhof thans (2003).

 

 

Het voorkomen als zelfstandig en alleenstaand symbool is pas vast te stellen vanaf ongeveer het midden van de zeventiende eeuw. Een vroeg voorkomen zou kunnen zijn in het in 1656 gebouwde ’s Lands Zeemagazijn waarin er twee hekken zijn te vinden met gekruiste ankers van het model zonder dwarsbalk dat ook elders op het gebouw is te vinden. Ze staan bijvoorbeeld ook op de schoorstenen van het Prinsenhof in Amsterdam dat in 1595 voor de Admiraliteit werd ingericht en in 1661/62 werd verbouwd. Een gravure van Olfert Dapper laat zien dat op de vier schoorstenen van de nieuwe zuidvleugel gekruiste ankers stonden.

Niet lang daarna verschijnen de gekruiste ankers ook op het vlaggeschip De 7 Provinciën dat in 1665 van stapel liep.

De gekruiste ankers werden zeker tot aan het eind van de achttiende eeuw in verband met de zeemacht van de Noordelijke Nederlanden gebruikt. Als symbool van het Korps Mariniers was dit embleem ten tijde van het 1e Koninkrijk gekroond.[5] Het werd pas afgeschaft in 1855. Bij de Marine bleven de gekruiste ankers tot na W.O. II het distinctief van een matroos 1e Klasse.

In de Republiek komen de gekruiste ankers voor in de wapens de zeestrijdkrachten van de Republiek en van de vijf onderdelen daarvan, op de zegels van de gecommiteerde raden van de admiraliteiten en als pronkstukken in de wapencomposities van de admiraliteiten en de vlagofficieren. Er zijn geen voorbeelden bekend van wapencomposities van de stadhouders als kapitein-admiraal generaal waarin gekruiste ankers als pronkstukken voorkomen.

 

Het Staande Anker

Aanvankelijk leek het er op dat de Engelsen het gebruik van gekruiste ankers zoals in de Habsburgse Nederlanden in de zestiende eeuw zouden gaan volgen. Zo werd het wapen van de Lord High Admiral van de Engelse zeemacht Charles Howard (1585-1619) ten tijde van de Armada  in 1588, begeleid door twee gekruiste ankers.[6]] Uit hetzelfde jaar echter dateert een vlugschrift dat de zege van de Engelsen over de Spaanse vloot aankondigt en waarop binnen een geornamenteerde rand een staand anker met tros staat, omgeven door de woorden anchora spei (Anker van de Hoop). Niet lang daarna kwam dit anker te staan op de commandovlag van de Lord High Admiral van de Engelse vloot. Het werd aangebracht op een rood doek en was voorzien van gouden trossen. Deze ankervlag komt in verschillende varianten voor, zo staat het anker aanvankelijk rechtop en wordt het later in de richting van de vlucht van de vlag geplaatst. Ook de vorm van de tros is in de loop van de tijd verschillend geweest. De vlag van de Lord High Admiral, wordt nadat deze functie in 1964 werd opgeheven, thans nog gevoerd door Koningin Elizabeth als zij één van Haar schepen bezoekt. Het anker dat in verband kan worden gebracht met de Engelse Marine en met de zeestrijdkrachten van veel andere landen, onderscheidt zich van het anker op deze vlag doordat de tros enkel is en het anker bovendien is gekroond.[7]]

 

 

  

Het staande anker komt al aan het eind van de 15e eeuw als symbool van de zeemacht in de Lage landen voor maar heeft zich daar later niet verder ontwikkeld. Het enkele staande anker als symbool van de Nederlandse zeestrijdkrachten, dat aan het eind van de achttiende eeuw in zwang komt, is waarschijnlijk afgekeken van de Engelse Marine. Mogelijk heeft dit ook te maken met de omstandigheid dat onder Stadhouder-Koning Willem III de zeestrijdkrachten van de Republiek en de Unie van Engeland en Schotland onder Engels bevel stonden. Het staande anker verschijnt in de Republiek tijdens het bewind van Stadhouder Willem V. Op initiatief van luitenant-admiraal Cornelis Schrijver werd een regelement opgesteld dat een einde zou moeten maken aan de grote verschillen in de uniformen van de admiraliteiten. In december 1765 werd het nieuwe regelement door Willem V goedgekeurd. Vanaf die tijd komen ook ankerknopen aan het uniform voor. Zij zijn bijvoorbeeld duidelijk te zien op deze tekening van de uniformjas van een luitenant ter zee uit ca. 1771.[8]]

            Op de ankerknopen in kwestie staat een anker zonder tros maar met dwarsbalk en hierin onderscheiden zij zich van de ankerknopen die in 1787 in de Britse Marine werden ingevoerd voor de dekofficieren.

 

Tijdens de Bataafsche Republiek komt er ook een dreganker op de knopen van de marineuniformen voor. De afbeelding hiernaast toont een ankerknoop op een zeemansportret uit ca. 1800. 

 

Ongeveer tezelfdertijd wordt er ook en aanvang gemaakt met de introductie van het staande anker voor ander gebruik. Een goed dateerbare afbeelding van zo’n anker is een gravure in de Atlas van Fouquet van het Prinsenhof in Amsterdam uit 1783.

 

 

In de tijd dat de Nederlandse zeemacht was ingelijfd bij de Franse (1811-1814) werd door de Nederlandse officieren het Franse uniform gedragen. Op het galauniform verschenen daarom ankers met tros en dwarshout die het embleem waren van de Franse keizerlijke marine, voor de officieren omgeven door eikentakken. Op dit uniform zijn de latere galauniformen van de Nederlandse vlagofficieren geinspireerd.  Hierop kwam een anker in gouddraad op de punten van de opstaande kraag en de manchetten van de uniformjas. De vorm van deze versierselen werd vastgesteld bij een bij K.B. vastgesteld uniformvoorschrift uit 1824. Zo’n uniform, uit ca 1910, wordt bewaard in het Marine Museum in Den Helder (afb.). [9]]

 

De tros verdween op de knopen van de marineofficiersjassen van het Souvereine Vorstendom van 1814. Zij worden aangekondigd in het Besluit van de Souvereine Vorst van 2 maart 1814 omtrent de uniformen van de Officieren van ’s Lands Marine. Hierin staat in

 

ART. 1.

 

De Montering voor de Vlag Officieren der Marine zal zijn:

Een lange donkerblaauwe Rok, met blaauwe Voering en overslaande Kleppen van dezelfde Kouleur, voorzien met acht ankerknoopen, staande Kraag met opslagen van rood Laken, met breed goud galon, wit lakensch Vest en blaauwe Pantalon met Laarzen daarover, Hoed met liggende witte pluim.

 

Op de betreffende ankerknopen is een anker met dwarshout is te zien dat in de richting van de punten van het anker staat zoals op de knopen ten tijde van de Republiek. Dit model is waarschijnlijk gebruikt tot in 1857 toen het staande onklare anker voor alle toen gebruikelijke doeleinden werd vervangen door „een gereleveerd staand anker met ketting, de Koninklijke kroon er boven [en omgeven van eikentakken.]” [10]] Daarna werd het anker een aantal keren opnieuw getekend zodat er verschillende grafische versies van bestaan. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het gekroonde staande anker bij Verordening voor de Koninklijke Marine n° 9 van 1956, door de minister van Marine officieel als symbool voor de Marine vastgesteld. Hierbij werden ook vorm en kleur bepaald. [11]]

 

 

 

 

 

 

 

1

2

3 

4

5 

6

Verschillende vormen van het gekroonde anker van de Koninklijke Marine, 1869, 1877, 1891, 1892, 1947. 1956.

1.Marinehoofdkwartier Den Helder (Foto H.d.V.) 2. Jaarboek Nederlandsche Zeemagt 1877. Voorplat. 3. Bijblad op de Verslagen der Marine-Vereeniging, 1891. 4. Marineblad 1892. 5. Marineblad, 1947. 6. Emblemen Koninklijke Marine, 1991, met verbeterde kroon.

 

Terug naar Nederland

 

© Hubert de Vries 2006.11.09 Updated 2008.12.21 / updated 2010.12.20



[1]) Oudendijk, Johanna: Philips van Kleef over den Oorlog ter Zee. pp. 123 e.v.

[2]) Afb.: Ewe, H.: Schiffe auf Siegeln. Rostock, 1972. n° 233.

[3]) Archieven van de Rekenkamers, Bijlagen: Pinchart, A.: Inventaire des Archives des chambres de comptes, précédé d’une notice historique IV-V (Brussel 1865-1879) Rijksarchief Brugge Archieven Brugse Vrije 1817 f. 38r. Bussche, E. van den: Inventaire des Archives de l’ état à Bruges. Section première. Franc de Bruges. Ancien quatre membre de Flandre II Registres (Brugge 1884) Kwitantie van 20 juni 1544.  Archieven Rekenkamers als boven Bijlagen 5210. De admiraal-generaal was in 1544 Maximiliaan van Bourgondië (1540-1558).

[4] ) Over de kleuren van de ankers vermelden de bescheid niets. Het is echter mogelijk dat ze goud of geel waren op een rood veld. Dit zou zo kunnen zijn als de in Vlaanderen in 1624 heropgerichte Admiraliteit de Hanbsburgse traditie zou hebben voortgezet. Van deze Admiraliteit, die tot 1694 zou blijven bestaan, is een documententrommel bewaard gebleven waarop een wapen staat met twee gekruiste gouden ankers op een rood veld. (Documententrommel van de Admiraliteit van Vlaanderen. Het wapen van de admiraliteit en het jaartal 1627. Nationaal Scheepvaartmuseum Antwerpen. Inv. nr. AS. 1943.009.155.)

[5] ) Vries, A. de: Het Embleem van het Korps Mariniers. In: Qua Patet Orbis, 1989/2 pp. 24-35. Ook: Mars et Historia 24 (1990) pp. 243-248.

[6] ) Uit deze tijd is een wapencompositie van hem bekend: A.:  Quarterly: 1. Gules, on a bend between six cross crosslets fitchée argent, an escutcheon or, charged with a demi-lion rampant pierced through the mouth by an arrow within a double tressure flory counterflory of the first (for Howard): 2. Gules, three lions passant guardant in pale or, in chief a label of three points argent (for Brotherton); 3. chequy or and Azure (for Warren); 4 Gules, a lion rampant or (for Fitzalan).

Order: Garter. C.: On a steel helmet to the dexter, lambrequined Gules and Argent,  a ducal hat and a lion statant Or. S.: Two lions (al. a lion on the dexter and a horse on the sinister) Argent. Below the achievement: Two anchors in saltire. Deze wapencompositie staat op één (31 juli-1 augustus) van een reeks kaarten die het verloop van de zeeslag tegen de Armada weergeeft: Armada Charts from Expeditionis Hispanorum in Angliam vera descriptio. Anno Do mdlxxxviii, 1590 by Augustin Ryther after Robert Adams. [30-31 July; 31 July-1 August; 2-3 August; 8 August. ]  National Maritime Museum, Greenwich.

[7] ) Wilson, T.: Flags at Sea. 1986; Perrin, W.G.: British Flags. Cambridge 1922.  pp. 81-85; H. S. London, ‘Official Badges’, Coat of Arms 4 (1956-7), pp. 94-5; R. M. Blomfield, ‘The Admiralty Flag, Journal of the RUSI 38 (1894), pp. 1305-14, and ‘Origin and History of the Admiralty Badges’, ibid., pp. 133-41.

[8] ) De afbeelding is afkomstig van het Instituut voor Marine Historie

[9] ) Galauniformjas, ca. 1910. Kraag en manchetten. Marine Museum Den Helder, foto H.d.V. 13.VI.2004.

[10] ) Het Korps Mariniers gebruikte nog lange tijd de gekruiste ankers als symbool. Bij zeeorder n° 24 van 29 november 1855 ‘Veranderingen in de uniformen…’ werd hieraan een koninklijke kroon toegevoegd. De zeeorder no 61 van 21 mei 1857: ‘Wijzigingen van het voorschrevene omtrent de korten jas…’. bepaalde de vorm van het petembleem.

[11] ) Eekhout, L.L.M.: Emblemen van de Koninklijke Marine. Leeuwarden/Mechelen 1991. p. 17.