Emperor

Constantine VI

 

Portraits of the young Emperor in the Lorsch Bible

 

 

Tekstvak: Van Keizer Constantijn VI is een portretreeks samen te stellen die reikt van vrijwel het jaar van zijn geboorte in 771 tot zijn aantreden als alleenheerser in 790. De eerste jaren van zijn leven wordt hij afgebeeld tesamen met zijn moeder Irene. Het dubbelportret van Irene en Constantijn loopt nog enige jaren na de dood van Leo IV in 780, toen Irene het regentschap voor haar zoontje waarnam, door.

Daarmee overlappend is de portretreeks van Constantijn VI als jongeling in het Evangeliarum van Lorsch. Het voor- en het achterplat van dit Evangeliarum worden als het Lorsch Diptiek op verschillende plaatsen bewaard nl. in het Victoria en Albert Museum in Londen (inv. Nr. 138-1866) en in de Biblioteca Apostolica Vaticana in Rome. Op het plat uit Londen zou volgens de gangbare mening Maria staan tussen twee engelen met in het bovenste register een medaillon met Christus met een kruisinimbus, de rechterhand zegenend en in de linkerhand een boek, gehouden door twee engelen.

Op het achterplat uit Rome zou Christus met kruisnimbus zijn afgebeeld, staande op een leeuw en een draak met aan weerszijden een slang en een haas (?). In het linker en rechter register twee staande engelen. In het bovenste register een crux quadrata in een medaillon gehouden door twee zwevende engelen.

Het Lorsch Evangeliarum zelf bestaat uit een aantal delen die op verschillende plaatsen worden bewaard. Het is daarom moeilijk geweest om een overzicht van het totaal te krijgen. Hierin is voorzien door Das Lorscher Evangeliar, Faksimile Ausgabe, München, 1967. hrsg. und Einleitung  W. Braunfels. De Evangelies van Mattheus en Marcus zijn te vinden in de Biblioteca Naţională. Bucureşti. Alba Julia Bibl. Documenta Batthyaneum. (met afbeeldingen van Mattheus (p. 26) en Marcus (p. 148)). De Evangelies van Lucas en Johannes in Heidelberg  Cod. Pal. Lat. 50. (met afbeeldingen van Lucas en Johannes).

Daarnaast is er nog een aantal copiën van het handschrift en zijn er Evangeliarums die in dezelfde stijl zijn verlucht en die klaarblijkelijk de traditie van het Evangeliarum van Lorsch voortzetten. 

Enkele afbeeldingen van Evangelisten in de verschillende versies van het Evangeliarum van Lorsch stellen zeker Constantijn VI voor, maar andere zijn niet onmiddellijk als zodanig te herkennen. Uit de vele verschillende afbeeldingen heb ik er enkele gekozen die, op rij gelegd, zeker de ontwikkeling van een kind tot jonge man weergeven. Zij vertonen een treffende gelijkenis met Keizerin Irene, reden om aan te nemen dat ze haar zoon Constantijn VI voorstellen. Met het voorstellen van Constantijn VI als Evangelist of Christus werd het doel gediend dat het zo mogelijk was om de afbeelding te aanbidden omdat het om kerkelijke heiligen zou gaan, terwijl het na het beëindigen van de strijd om het iconoclasme slechts was toegestaan om de afbeelding van een wereldlijk vorst te vereren. Door de Evangelisten en Christus het uiterlijk te geven van een keizer werd deze bepaling dus omzeild en konden de afbeeldingen van de keizer hier alsnog worden aanbeden.

 

Uit de beschikbare afbeeldingen is het programma van het Evangeliarum op te maken.

Het is als volgt: Op het voorplat staat in het bovenste register een driekwart imago van een man met een boek in zijn linkerhand. Hij heft de rechterhand in een zegenend gebaar. Het medaillon wordt gehouden door twee engelen. In het midden staat onder een ciborium een moeder met kind. Beide zijn genimbeerd. Ter weerszijden staan, eveneens onder een ciborium, twee gebaarde mansfiguren, de linker met een schriftrol en de rechter met een wierookvat en een bus. In het onderste register staat de stalscène met Jozef, Maria, de stal met het Christuskind en de os en de ezel. Rechts wordt de geboorte door een engel aan de herders verkondigd.

Van de vier evangelisten die in het evangeliarum staan afgebeeld zijn de afbeeldingen van Marcus en Johannes beschikbaar (ook al komt de afbeelding van Marcus uit een ander ms.). Hieraan is merkwaardig dat Marcus als ca. 10 jarige jongen is afgebeeld en Johannes als jongeling van ca. 18 jaar. Te verwachten valt dus dat de twee andere evangelisten ook onderscheiden leeftijden hebben. De symbolen van de vier evangelisten staan volgens Ambrosius voor de vier fasen in het leven van Christus: de mens (Mattheus) voor zijn geboorte omdat hij uit Maria werd geboren; de leeuw (Marcus) voor zijn leven omdat Christus de kracht is, het kalf  (Lukas) voor zijn dood omdat hij geofferd werd en tenslotte de adelaar (Johannes) voor zijn opstanding.

Op de achterzijde staat onder een ciborium een genimbeerde mansfiguur met een boek, staande op een draak en een leeuw die het Nieuwe en het Oude Testament zouden moeten symboliseren. Ter weerszijden van hem staan twee engelen, de gebruikelijke begeleiders van een keizerlijk imago. Zij hebben beiden een staf en een schriftrol in de handen. In het bovenste register staat een Grieks stralend kruis in een medaillon dat gehouden wordt door twee zwevende engelen. Hiermee is ofwel het Christelijke Rijk, ofwel het bestuurlijke gezag daarvan bedoeld. In het onderste register staan drie vorsten voor de gezeten man van het middendeel afgebeeld die op de rechterhelft geschenken aanbieden aan een vrouw met een kind op haar schoot. Zo’n „driekoningenscène” komt ook in Ravenna al voor.

Het programma is, mogelijk niet zonder opzet, voor tweeërlei uitleg vatbaar. De eerste is de gangbare dat aan de ene zijde Maria met het Christuskind is afgebeeld en aan de andere Christus. In deze opvatting stelt het medaillon op het voorplat Christus Pantocrator voor. Met de beide mannen op het voorplat worden misschien de Oude en de Nieuwe Wet bedoeld. Tegen deze opvatting valt in te brengen dat Christus ten tijde van het ontstaan van het diptiek al enkele eeuwen met een baard werd afgebeeld ook al komen gebaar, boek en gewaad overeen met de gebruikelijke iconografie. In deze opvatting stellen de „evangelisten” gewoon Mattheus, Marcus, Lukas en Johannes voor.

 

Een andere opvatting is dat hier de jeugdjaren van Constantijn VI zijn afgebeeld. Voor het imago in het medaillon op het voorplat kan dan Leo IV (775-780) worden voorgesteld. Volgens Gibbon huwde Leo IV in 770 met de toen 17-jarige Irene, een wees afkomstig uit Athene en volgens de toen gangbare norm een schoonheid. Het volgende jaar baarde zij een zoon, Constantijn. Hiermee was het probleem van de opvolging opgelost. Deze moeder en kind zijn dan op het voorplat afgebeeld.

 

        

 

Keizerin Irene en haar zoon Constantijn VI op ongeveer gelijke leeftijd.

 

In 775 overleed Constantijn V en werd opgevolgd door zijn zoon Leo IV die al in 751 tot mederegent was benoemd. Een jaar later werd de toen 5-jarige Constantijn VI tot nieuwe mederegent benoemd. In 780 volgde hij zijn vader op onder regentschap van zijn moeder Irene en in 790 werd hij alleenheerser. De portretten stellen hem dan voor gedurende zijn jeugd en leertijd waarin hij vooral van de Bijbel moet hebben kennis genomen, van het evangelie van Marcus dus op ca 12 jarige leeftijd en van Johannes een aantal jaren later.  Op het achterplat is hij dan afgebeeld als gevormde jongeling, klaar om het keizerschap op zich te nemen. Men kan zich dus voorstellen dat het evangelie is gemaakt ter gelegenheid van zijn regeringsaantrede waarmee zijn jeugd en leerjaren die in het evangelie worden weergegeven  werden afgesloten. Dit zou inhouden dat het werk in 790 tot stand moet zijn gekomen, een datum die niet veel van de geaccepteerde datum verschilt.

 

PORTRETTEN VAN CONSTANTIJN VI

 

Constantijn VI

 

 

           Irene

 

*771-† 797

mede-regent 776-780

keizer 780 -797

mede-regentes 780-790/792-797

 

1.

2.

3.

4.

5.

6.

 

1. Constantijn VI als de Evangelist Marcus.

Miniatuur uit het Evangelieboek van Ada. Trier, Stadtbibliothek, cod. 22, fol. 14v°

 

In dit manuscript staat een aantekening, kennelijk van later datum, dat het gekopieerd was voor een dame genaamd Ada, van wie sommigen veronderstellen dat zij de zuster van Karel de Grote was. Het miniatuur past bij het Lorsch Diptiek omdat hier een lid van de keizerlijke familie als evangelist is afgebeeld waarmee de bezwaren van de iconoclasten konden worden omzeild. De strijd om het iconoclasme werd in 787 bij de synode van Nicæa beëindigd. Het miniatuur stelt Constantijn VI op ca. 12-jarige leeftijd voor en dateert dus uit  het begin van de jaren tachtig van de 9e eeuw.

 

2. Constantijn VI als de Evangelist Johannes

Evangeliarum van Lorsch uit de paleisschool van Karel de Grote.

De Evangelist Johannes. Bibl. A. Vaticana, Cod. Pal. Lat. 50, Fol. 67 v. [1]]

Op fol. 1v van het tweede deel van hetzelfde handschrift is de evangelist Lukas afgebeeld. [2]]

 

3. Constantijn VI als de Evangelist Marcus.

Evangeliarum van Soissons. Bibl. Nationale, Paris Ms. lat. 8850.

 

4. Constantijn VI als Christus.

Evangeliarum van Gero. Hessische Landesbibliothek, Cod. 1948, Darmstadt.

 

5. Constantijn VI als Christus.

Diptiek van Lorsch, Bibl. Apostolica Vaticana.

 

6. Constantijn VI als Mattheus

Evangeliarum van Soissons. Bibl. Nationale, Paris Ms. lat. 8850.

 

 

Back to Main Page

 

© Hubert de Vries 2009-12-29

 



[1] ) Afb. uit: Biblioteca Palatina. Katalog zur Ausstellung vom 8. Juni bis 2. November 1986. Heiliggeistkirche Heidelberg.  N° C 4.3/2. Daar ook uitgebreide literatuuropgave. Over fol 67 v wordt opgemerkt: …fol 67 v zeigt den Evangelisten Johannes. Von allen Evangelistendarstellungen spiegelt die am reinsten die Spätantike Vorlage. Sie muß ähnlich gewesen sein dem Bild des Prinzen Constantius II. auf dem – nur in Nachzeichnungen des 16. und 17. Jahrhunderts einer karolingischen Kopie erhaltenen – sogenannten Filokalus-Kalender vom Jahre 354 (H. Stern, Le Calendrier de 354, Paris 1953, Pl. XIV). Denn wie dort der Prinz, thront hier Johannes, prächtig gewandet, in würdiger Frontalität unter einer Arkade …..

[2] ) Daarvoor: Das Lorscher Evangeliar, Faksimile Ausgabe, München, 1967. hrsg. und Einleitung  W. Braunfels.